top of page
  • Woud Faassen

Soms voel ik mij een slak

Een prozatekst van Woud Faassen. Voordat de lezer meegaat in het poëtische pad dat Woud hier bewandelt, wil ik snel aandacht schenken aan een gedachte van José Ortega y Gasset, die hij neerpende in zijn The Dehumanization of Art and Ideas About the Novel (1925): "The metaphor is perhaps one of man's most fruitful potentialities. Its efficacy verges on magic, and it seems a tool for creation which God forgot inside one of His creatures when He made him". Volgens mij komt die vergeten, goddelijke magie tot uiting in deze zinnen over het zijn van een leeg schelpje.

- Lex


Soms voel ik mij een slak. Niet een naaktslak die vurig zonder enige bescherming door het leven gaat, maar een slak met een schelp.

Soms voel ik mij meer de schelp dan de slak, of beter, de leegte die in de schelp achter blijft als de slak is verdwenen.


Wij zien schelpen vaak als een losstaand ding, een mooi object dat op het strand gevonden kan worden. Maar een schelp bestaat niet zonder een oorspronkelijke bewoner en vertelt ons eerder een verhaal van afwezigheid en verdwijnen. De schelp die door de bewoner als schuilplaats en toevlucht werd gebruikt, en juist door die kracht als laatste achterblijft. De lege schelp is het teken van leegte en daarmee ook het teken van een ‘ooit bestaan’.


Voor mij valt ergens tussen die tweestrijd ook het menselijk bestaan. Ergens tussen leven en dood. Ergens tussen aanwezigheid en afwezigheid. Ergens tussen gezien willen worden en willen verdwijnen.


Als queer persoon in een heteronormatieve samenleving voel ik mij vaak de schelp. Een wereld die mij vaak laat verdwijnen terwijl ik gewoon voor iemand sta. Een wereld waarin ik liever wil verdwijnen omdat wegduiken soms makkelijker is dan de confrontatie aangaan. Besta ik als er slechts een schelp achterblijft? Ben ik aanwezig of afwezig als er alleen nog maar een leegte is die ik durf te tonen? Ik probeer de binnenkant van mijn schelp zo met glitters te decoreren dat ze ook aan de buitenkant zichtbaar zullen zijn. Zodat mijn schelp voor mij, in afwezigheid, kan spreken. Zodat het mij lukt om in afwezigheid te bestaan.


Ik probeer een naaktslak te zijn of meer uit mijn schelp te komen. Voor zover ik mij bewust ben, ben ik niet dood en is dit het leven en totdat ik dood ga ben ik op een bepaalde manier aanwezig. Ik probeer een naaktslak te zijn om in mijn aanwezigheid aanwezig te zijn en niet meer afwezig. Ik probeer een naaktslak te zijn zodat ik in mijn dood weet dat ik wel degelijk ooit als mijzelf heb bestaan.


 

Comentários


bottom of page