top of page
  • Eef Schoolmeesters

Via de maan; een esthetische reflectie op klimaat, natuur, economie en kunst.



I. Eerste kwartier

Zonder bedachte bestemming wandel ik door de buurt. Dit doe ik met regelmaat om beweging te krijgen op dagen dat ik veel thuis werk en de deur niet uit hoef. Deze wandelingen zijn vrij meditatief precies omdat er geen ander doel is dan het lopen zelf. Ik wandel, zet stap voor stap, word geconfronteerd met mijn gedachten, zoek een nummer op Spotify dat bij de stemming past, ik ontwijk of zoek oogcontact met voorbijgangers, kijk woonkamers in, ontdek nieuwe straten maar bega vooral de bekende. Soms loop ik meermaals heen en weer over parallelle straten of cirkel ik rondom het centrum. Het is een uitdaging om te proberen niet te oordelen over de richting die ik kies, over de plek waar ik ben, of over hoe mijn lichaam voelt in het moment – en deze tegelijkertijd wel bewust te observeren. Gewoon de deur uit gaan, linksom of rechtsom, het geeft niet. En toch hebben al deze keuzes en gewaarwordingen vormende invloed op de ervaring van het lopen.


Tijdens een van deze wandelingen werd ik op een late namiddag verrast door het zien van de maan. De maan stond dichterbij dan gewoonlijk en was bijna vol, ze straalde een oranje gloed. Ik stopte met wandelen en mijn ogen fixeerden zich, magnetisch. Het was ontzettend mooi. Er kwamen twee gedachtes tot me. Eerst herinnerde ik me de lezing van Marjolijn van Heemstra (2023) die sprak over de waarde van ruimte en de potentiële poëtische en esthetische impact van mijnbouw op de maan.[1] Daarna vroeg ik me af hoe ik zou reageren wanneer iemand me zou vertellen dat de maan artificieel is – nep, onnatuurlijk – of dat het een mens-gemaakt kunstwerk blijkt, en wat dit zou doen met mijn ervaring en beeldvorming van de maan en de omgeving. Het bleef kleven. Deze maan heeft me tot deze reflectie op klimaat, natuur, economie en kunst gebracht.

 

II. Bewolkte maan

Voordat ik me verder wend tot de maan schets ik een korte context van de hedendaagse, menselijke, kapitalistische verhouding tot onze (leef)omgeving. Er dreigt een tekort aan kritieke grondstoffen en we beginnen te begrijpen dat we niet eindeloos kunnen delven uit onze aarde. Enerzijds hoor je daarom dat we minder moeten produceren en consumeren, anderzijds worden alternatieve en meer duurzame energiebronnen ontwikkeld. Ook dreigt klimaatverandering doordat we planetaire grenzen overschrijden en daarmee de kwaliteit van essentiële eigenschappen van de aarde aantasten, met grote gevolgen voor onze manier van leven. Daarbij hebben wetenschappers ons tijdperk, het Antropoceen, al vernoemd naar de menselijke invloed die voor het eerst in de geschiedenis blijvend zichtbaar is geworden in de geologische aardlagen.[2] Deze ontwikkelingen confronteren ons met de eindigheid van de hedendaagse Westerse manier van leven en het idee dat (economische) groei noodzakelijke vooruitgang is; en met de ver reikende invloed van onze humanitaire en ecologische voetafdruk.


Deze voetafdruk is niet beperkt tot onze planeet. De afgelopen 60 jaar is er 11 miljoen (!) kilo afval belandt in de ruimte.[3] De ruimte rondom de aarde wordt niet alleen gevuld met talloze werkende satellieten, maar ook met kapotte kunstmanen, lege brandstoftanks en andere rommel of per ongeluk verloren spullen, die samen een grote hoeveelheid ruimteschroot vormen. Dit jaar is de eerste boete uitgedeeld aan een bedrijf dat een kapotte satelliet of kunstmaan niet naar het satellietkerkhof kon sturen, en dat daardoor te dicht bij de dampkring verblijft. Deze kerkhoven (of de ‘kerkhofbaan’) bestaan om vrije toegang voor raketten en ruimtevaartuigen veilig mogelijk te maken zodat we er niet mee botsen. Deze banen liggen daarom aanzienlijk verder van de aarde en de geostationaire baan af.[4] Het feit dat een satellietkerkhof bestaat en samengaat met de acceptatie dat we objecten in de ruimte achterlaten en niet (of: nog niet kunnen) opruimen, klinkt voor mij absurd – ironisch genoeg vormt het afval hier een toekomstig gevaar voor eigen ruimteondernemingen. Boetes als een economisch antwoord, is een manier om het puin te reguleren. Een alternatief antwoord is de satellieten gecontroleerd laten neerstorten op aarde waarbij ze grotendeels verbranden in de atmosfeer, en waar de rest landt midden in de Stille Oceaan – maar ook deze ‘Spacecraft Cemetary’[5] is niet ideaal en lost het probleem van het afval niet op. Toch zullen nieuwe satellieten de ruimte in geschoten blijven worden zolang we er meer profijt dan last van hebben. Een gelijke economische benadering tot de ruimte geldt ook voor ons ‘nieuwe’ perspectief op de maan. 


In haar lezing over de waarde van ruimte begint van Heemstra met een (persoonlijke historische) reflectie op de koloniale drang van de mens om gebieden in te nemen of te gebruiken voor materiaal en grondstoffen. Het eigen economisch gewin is dan van groter belang dan de impact die het op anderen heeft; of het verlies dat zij hieronder lijden. Dankzij technologische vooruitgang beweegt de mens nu van verre landschappen naar de ruimte. Zoals van Heemstra beschrijft: “Miljardairs lanceren de ene raket na de andere, er zijn plannen voor mijnbouw op asteroïden en voor een tankstation op de maan voor wie op doorreis is naar Mars” en stelt dan terecht de vraag, ten koste van wat? Deze rijken, privéondernemers en ook NASA ontwikkelen dus plannen om op de maan te gaan bouwen en te delven naar grondstoffen. De maan wordt een plek voor economisch gewin en vormt een belangrijke stap naar verdere verkenning van de ruimte. Dit gegeven is op zich niet verrassend. Maar wat me vooral is bijgebleven uit deze lezing, is de esthetische impact die het mijnen van de maan zou hebben. Doordat de maan een lagere zwaartekracht heeft, 1/6e ten opzichte van de aarde, zal al het stof dat vrijkomt bij het bouwen en het delven veel langer blijven hangen in de lucht. Het gevolg is dat er een grote stofwolk rondom de maan ontstaat die ons zicht op de maan zal vervagen, vertroebelen, drastisch zal laten afnemen. De maan verwordt tot een wolk van stof – stofwolk-maan - en daarmee zal ons beeld van de hemel, zoals deze eeuwen is geweest, niet meer hetzelfde zijn. Economisch gewin wordt esthetisch verlies. Dit mogelijke verlies van het beeld van de maan viel me zwaar; een onmogelijk idee dat blijkbaar toch realiteit raakt.


Deze gedachte, en het terugdenken aan die ene namiddag-maan, riep een oudere herinnering bij me op. Toen mijn zusje klein was, verzamelde ze allerlei objecten en spulletjes die met de maan te maken hadden. De objecten die ze spaarde hadden de vorm van de maan, of beeldden deze af. Sommige manen waren vol, andere wassend, weer andere hadden glimlachende gezichten en eentje was haar nachtlampje, rustend op een wolkje. Haar eerste woordje was ‘maan’. Mijn moeder vertelt dat mijn zusje ook telkens de maan wist te zien aan de hemel, zelfs overdag. En mijn zusje zelf zegt dat ze de maan geruststellend vond, interessant daarboven, groot, fijn om naar te kijken. De verzameling van maan-items heeft ze nog. Hoe anders zal de verbeelding zijn wanneer de maan verdwijnt achter een wolk, hoe zullen onze verhalen zich vormen, en wat voor impact heeft dit op die andere maan-liefhebbende kinderen en mensen?


Er kan gesteld worden dat het mijnen van de maan een aanval op de verbeelding is. In de cartoon-comedy serie Southpark is er een drietal afleveringen die gaan over ‘Imaginationland’,[6] het land van verbeelding. Op deze plek komen alle wezens die de mens zich kan verbeelden tot leven. Nu wordt er een terroristische aanval op Imaginationland gepleegd waarbij veel denkbeeldige wezens omkomen, de stad wordt vernield en de muur die de ‘goede’ en de ‘kwade’ karakters scheidt wordt gebroken. Chaos breekt uit en “imaginations have run wild”. Zonder het verdere narratief te beschrijven maak ik een vergelijking met de dreiging aan onze maan. Enerzijds zie ik hierin hoe de maan, en onze beleving en verbeelding van, wordt aangevallen door de dreiging van de stofwolk als gevolg van dat economisch gewin vanuit die menselijke expansiedrift. Anderzijds gaat deze dreiging voorbij de verbeelding: het is een directe aantasting van de realiteit, en ons beeld daarvan, als gevolg van de veranderingen die wijzelf als mensheid in gang zetten. (Southpark: binnen Imaginationland zijn de aanslagen ook echt en waargebeurd.) Bovendien zijn de gevolgen bovenmenselijk - het verandert niet alleen hoe wij, maar ook dieren en andere organismen, dat oer-object in de hemel kennen en herkennen. Waar het in Southpark een gevecht wordt tussen goed en kwaad, gaat deze esthetische impact voorbij moraliteit. Het is een diepgaande kwestie van ons perspectief op en ervaring van onze (natuurlijke) leefomgeving, die een van de voorheen ogenschijnlijke zekerheden doet wankelen. Van Heemstra volgend, wat mij betreft een essentieel esthetische zaak.

 

III. Artificiële maan

Maar wat als zou blijken dat we altijd al naar een artificiële maan hebben gekeken? Dit klinkt als een potentiële complottheorie (zoals dat de eerste Apollo maanlandingen ook in scene zouden zijn gezet) maar inspireert wellicht de toekomst. Het zou niet de eerste keer zijn dat de mens de natuur naar eigen smaak inzet, aanpast of gebruikt. Het verduisteren van de zon tegen opwarming van de aarde en het opwekken van regen om smog en stof te laten zakken zijn immers ook al realistische scenario’s.[7] Opnieuw rijkt de menselijke impact ver.


Deze gedachte over een artificiële maan is gekoppeld aan een voorstel voor promotieonderzoek in de filosofie waar ik afgelopen jaar aan heb gewerkt: Art in Times of Environmental Crisis: A Philosophical Analysis of the Relationship between Climate Change, Contemporary Art and Eco-Aesthetics. In het kort stel ik hier de esthetische vraag naar wat de rol van kunst is, of kan zijn, ten aanzien van de klimaatcrisis. Draagt artistieke productie op paradoxale wijze bij aan de uitstoot waartegen klimaat-kunst waarschuwt? Kan kunst, existentieel gezien, ons anders laten nadenken over ecologisch-leven? Wat is het esthetisch verschil tussen kunst en natuur, en waartoe dient het? En wat is de rol van het publiek, en hun gesitueerde, kritische, morele ervaring van het kunstwerk?


Tijdens een sollicitatiegesprek over mijn voorstel werd de vraag gesteld in hoeverre het belangrijk is over kunst te spreken als je het hebt over klimaatsverandering: kunst is niet eenduidig en daarmee loop je het risico te verzanden in een definitie – of gebrek aan – nog voordat je bij de urgentie van het klimaat uitkomt. Daar tegenover stel ik nu dat de klimaatcrisis niet alleen een probleem van wetenschap of techniek is, maar ook een van esthetiek vanwege de impact die het heeft op onze ervaring van de omgeving en de leefwereld. Maar in dat gesprek dacht ik terug aan die ene namiddag-maan; en ik vroeg of zij deze ook gezien hadden. ‘Ja’, zeiden ze. En ik vertelde dat ik me afvroeg wat de impact op mijn ervaring zou zijn als deze artificieel zou blijken. Hiermee opende de vraag naar die relatie tussen natuur en kunst, tussen ‘natuurlijk’ en ‘onnatuurlijk’, tussen ecologie en cultuur. De hypothetische kunst-maan werd een vehikel voor speculatie over de natuur als kunstenaar of kunstwerk, de scheiding tussen wat de mens maakt en niet-maakt, de status die we daaraan toekennen, de waardeoordelen die daaronder liggen, en hoe de esthetische ervaring gevormd wordt. Mijn antwoord op hun vraag: door soms niet direct over kunst te spreken kun je er soms juist het beste op reflecteren – ten aanzien van ‘zichzelf’ en ten aanzien van het ‘andere’ waar je het tegenover plaatst.


Dit biedt ook ingang tot een mooie talige zijsprong over kunstmanen. De maan is een belangrijk object voor tijdsduiding. Zo stelt het etymologisch woordenboek: “de maan is dan de ‘tijdmeter’, wat zij inderdaad van de vroegste tijd geweest is; de Germanen berekenden de tijd naar de nachten”. [8] De maancyclus, 29,5 dagen, markeert en beïnvloedt belangrijke religieuze en culturele gebeurtenissen voor allerlei culturen, al tienduizenden jaren lang. En een maand is dus een ‘maanloop’. Satellieten zijn “begeleiders van een planeet”,[9] ofwel de hemellichamen die in een baan rond een planeet (of zelfs een andere maan) draaien. De maan is een satelliet – ‘onze’ maan is dus een satelliet van de aarde. Nu wordt er onderscheid gemaakt tussen ‘natuurlijke’ en ‘onnatuurlijke’ satellieten. Kunstmanen zijn onnatuurlijk; deze zijn door mensen gemaakt. Daar tegenover heb je dus natuurlijke manen/satellieten, zoals planetoïden, die niet door mensen zijn gemaakt.[10] In de esthetiek is een bekend uitgangspunt dat wanneer we twee identieke objecten zien, zoals bijvoorbeeld stenen, waarvan de een is bestempeld als kunstobject en de ander als een natuurlijk object, dat we ze anders waarderen omdat ze andere esthetische eigenschappen hebben.[11] Kunst is in deze dus het tegenovergestelde van wat uit de natuur komt – kunstmatig. Artificieel. Wanneer je ‘kunst’ opzoekt bij VanDale, heeft het betrekking op: 1) verkregen vaardigheid in het een of ander 2) het vermogen om schoonheid te scheppen en esthetisch genot op te wekken: de schone kunsten 3) kunstwerken 4) vaardigheid, handigheid; is eenvoudig; iets gemakkelijks; de bijzondere manier beheersen om iets te verrichten of tot stand te brengen; geweldig 5) rare streek; = frats.[12] De kunstenaar in deze, zou volgens mij zowel ‘de mens’ als ‘de natuur’ kunnen zijn in geval 1, 2, 4 en 5 – punt 3 is misschien betwijfelbaar. Hier geeft VanDale geen verlossing: een kunstwerk is een 1) door kunst voortgebracht voorwerp 2) door techniek tot stand gekomen werk.[13]  Dit brengt me terug naar het punt waarbij kunst niet gemakkelijk definieerbaar is (of ‘bevrijd’ van een singuliere betekenis volgens filosoof Jacques Rancière) maar waarmee ik hoop toch de vanzelfsprekende scheiding die we maken tussen wat kunst is, en wat natuur is, te bevragen. Waarom? Omdat dit ons laat nadenken over welke waarden we aan dingen toekennen. En in dit geval, hoe we ons oordeel vormen over de mogelijke stofwolk-maan


Zo kun je speculeren: Wanneer de mens op de maan gaat mijnen, en het aanzicht van de maan verandert, wordt onze maan dan een kunstmaan? Een hybride? Een kunstkunstmaan? Of kunnen alleen kunstenaars deze verandering maken – en niet ‘mijners’? Is kunst slechts een perspectief? En als de maan zonder menselijke verhandeling of invloed gezien wordt als kunstwerk, hoe oordelen we dan anders over kunst-uit-menselijk-handelen en kunst-uit-niet-menselijk-handelen? Is het minder ‘erg’ als de stofwolk-maan ­de status van kunstwerk zou hebben? Wat verliezen we als we kunst – of cultuur - en natuur niet meer als losse eilanden zien? Zijn ze dat überhaupt?


Deze gedachtestroom is tot nu toe impliciet gestart met een deels negatief oordeel over de stofwolk-maan – tijd dus om deze even om te keren. Stel je voor dat we iedere avond zelf een andere maan zouden kunnen kiezen. Een die overtuigend realistisch is, een die voelt als ‘echt’ en een waarbij het ‘artificiële’ verworpen wordt, of een waarbij het artificiële als irrelevant of zelfs als voordeel gezien wordt. Techniek, AI, de maan wordt iets extra-persoonlijks. Of je nu kiest voor de ‘natuurlijke stand’ (zoals mijn Philips Hue ook ‘natural light’ aanbiedt wanneer ik in de avonduren aan het schrijven ben) of een aanbod waarin je kunt wisselen in formaat en kleur naar gelang je smaak en stemming - zou er dan nog nostalgie zijn naar de ‘oude’, de ‘echte’, de ‘natuurlijke’ maan?  De ongecontroleerde? Als je onderbuik nu zegt, ja! - zegt dit iets over de waarde van het authentieke dat verloren zou gaan? Hoe betekent authentiek iets anders in kunst en natuur? Of: Kan de ­stofwolk-maan een sublieme (dreigende, onheilspellende of zelfs onvatbare) schoonheid zijn? Waarbij het een voorbode is voor wat er nog komen kan, of wat geweest is? Als documentatie van een ‘natuurramp’ op afstand? Eerder noemde ik al het Antropoceen, en de zichtbare invloed van de mens op de geologische aardlagen. Wat als de stofwolk-maan een symbool wordt voor onze impact op de ‘ruimtelagen’? Zichtbaar in de aarde en zichtbaar in de ruimte. In een verdere toekomst zou een stofwolk-maan misschien een noodzakelijke trots zijn, en een gevolg van een handelen dat plaats moest vinden. Een teken van doorzettingsvermogen en bijzondere vaardigheden; overlevingsdrang, nalatenschap. We zijn toch echt op de maan geweest – en daar voorbij.

 

IIII. Laatste kwartier

Ondanks een mogelijk positief perspectief op een stofwolk-maan, laat de speculatie zien dat de onderliggende reden voor deze maan van belang is voor ons oordeel. Een esthetisch oordeel wordt beïnvloed door onze kennis van het oordeelobject. Dat betekent niet dat we niet kunnen oordelen of ervaren zonder kennis, of niet kunnen betwisten welke kennis relevant is; het betekent vooral dat zaken zoals informatie, motivatie en intentie een belangrijke rol kunnen spelen in dat oordeel. Zo kun je bijvoorbeeld stellen dat wanneer de maan een wolk wordt als bijeffect van het tegenhouden van een extreem grote meteoor om de aarde te redden, dat de stofwolk-maan heldhaftig voelt. Een waardering voor de ontweken ramp. Een waardevol offer. En dat wanneer de maan een wolk wordt om de rijken rijker te maken, dat de stofwolk-maan als een doorn in het oog voelt. Als een onnodige of kwalijke gebeurtenis. Een pijnlijke fout. Met hiertussen een schaal aan vormen en gecombineerde oordelen. Zo denk ik dat de wording telt in de esthetische ervaring: bij zowel het beoordeelde object en het oordelende subject.


Onze esthetische oordelen zijn misschien, net als kunst, niet eenduidig. Tegelijkertijd toont dit wellicht het belang van het omarmen van het ongemak van pluriformiteit – en het belang van het verruimen van wat telt als belangrijk in de keuzes die we maken; in het licht van de gevolgen die ze hebben, of kunnen hebben. Het voornaamste punt uit deze gedachtestromen is, denk ik, dat esthetisch denken een waardevolle complexiteit, als aanvulling of als tegengeluid, toevoegt aan economisch denken, een perspectief dat we niet moeten onderschatten. Een perspectief dat ik op mijn volgende wandeling meeneem.


Notities

[1] De lezing over haar essay ‘Wat is ruimte waard’ (2023) tijdens De Dag van de Filosofie 2023 in Theater de Nieuwe Vorst, Tilburg, onderdeel van De Maand van de Filosofie met als thema ‘Alles van waarde is weerloos’.

[8] J. de Vries en F. de Tollenaere (2010) Etymologisch woordenboek, Prisma

[9] J. de Vries en F. de Tollenaere (2010) Etymologisch woordenboek, Prisma

[11] Zie bijvoorbeeld Carlson, A. (1986). Is environmental art an aesthetic affront to nature?


Comments


bottom of page